Wanneer ben je oud?

Over ouderen senioren
“Als je 28 bent ga je werken en stop je met vrienden maken. Als je 65 wordt ben je ineens oud. Wie in de zaal ziet zichzelf als oudere?” De handen blijven omlaag. “We hebben lang nagedacht over welke woorden we moeten gebruiken in dit project, past senioren dan beter? Dat gaat over grijze haren, maar ook over levenservaring. Taal werkt vaak problematiserend en gaat over eenzaamheid en behoeftes, maar waarom hebben we het niet over verlangens?”

Klaas Burger laat samen met Nel Willekens de zoektocht van het actieonderzoek zien. Oud en jong zijn aanwezig. Zowel professionals als de doelgroep voelen zich betrokken bij de thematiek. “Er gebeurt heel veel in de stad als het gaat over ouder worden en positieve gezondheid. Maar de expertise blijft veelal in projecten hangen.” Hoe kan je ervoor zorgen dat Den Bosch een stad is waar het fijn oud worden is? Hoe kan de expertise van de zorg- en cultuursector elkaar versterken? Hoe kunnen we van ‘oud worden’ een collectieve oefening van maken?

Ik voel me rebels. Ik kan me niet voorstellen dat ik als 28-jarige nooit meer nieuwe vrienden zal maken. Een 81-jarige dame in de zaal protesteert ook, “Sommige mensen zijn al oud als ze 40 zijn, het gaat om een bepaalde mindset, een gevoel van vrijheid.” Het is duidelijk, we willen niet gestigmatiseerd worden…

Vrienden maken
We gaan dansen. Dansnest nodigt ons uit. Zij testen de bevindingen van hun deel van het onderzoek in de praktijk uit. Het voelt lief aan. De rustgevende muziek en langzame bewegingen stellen me gerust. Ik mag ook. Ik laat me leiden door de danser, wordt losgelaten en raak iemand aan met een zachte oranje trui. “Dat was het dan,” zei ze. Ik sta onbeholpen, wordt opgemerkt en laat me verleiden tot een volgende handeling. Daarna ben ik weer alleen.

Ik wil niet stilstaan maar dansen. Wanneer laat je je meevoeren, wanneer neem je zelf de regie? Durf ik dat wel? Sta ik niet te kijk? Durf ik over mijn eigen grenzen heen te stappen? Ik word aangesproken, kennen we elkaar ergens van? Ik vermoed van wel, maar kan het gezicht van de man niet direct plaatsen. Het liefste wil ik hem knuffelen maar ik durf het niet. De volgende dag krijg ik een berichtje via Facebook. We hebben samen onze tanden gepoetst in het Theater aan de Parade na de voorstelling Dantons Dood in het project De Oversteek van Adelheid Roosen. Daarna hebben we met een grote groep mensen op het podium geslapen. Dat was een mooie ervaring. Zouden we vrienden kunnen worden?

Écht contact
Nana van Moergestel van Dansnest vertelt hoe beweging een manier is om de stap te maken van contact naar aanraking. “Ik ben continu bezig met contact leggen. Hoe kan ik mensen uitnodigen, hoe kan ik ze leiden, hoever mag ik gaan zonder dat iemand verstart?”

Dat mensen zich niet altijd uitgenodigd voelen om culturele activiteiten te ondernemen wordt duidelijk in de verschillende gesprekssessies. Er komt er veel verontwaardiging naar boven. Vervoer is lastig, busboekjes kloppen vaak niet en de seniorenbus rijdt niet in de avond, alles wordt duurder, overdag is er weinig te doen en informatie over het aanbod is te fragmentarisch. Er is een verlangen om in opstand te komen, want er is genoeg te doen, waarom wordt dan het zo ontoegankelijk als de gebreken van de ouderdom in zicht komen?!

Maar belangrijker nog is contact. Écht contact. Vriendschappen. Nabijheid. Maar dat is lastig als je ouder wordt. “Op een gegeven moment gaan mensen dood, clubjes vallen uit elkaar,” zucht een bezoeker. Familiebanden worden fragiel als Magere Hein om de hoek staat. Daarom is het belangrijk om preventief te werken, vóórdat iemands netwerk wegvalt, zegt Nel Willekens van Wakkere Grootmoeders. “Toekomstige alleenstaanden moet je voorbereiden op het moment dat ze alle verantwoordelijkheid alleen moeten dragen.”

Zingeving
De Wakkere Grootmoeders pleiten voor “wakker blijven” of “erbij blijven”. Wanneer je ouder wordt neem je een andere rol aan in binnen de maatschappij. En dat kan twee kanten op werken. “Je hoeft niet meer mee te draaien met de mallemolen, er is geen prestatiedruk meer. Dat werkt enorm bevrijdend,” vertelt een bezoeker, die me toevertrouwde dat ze niet bij de doelgroep wil horen, maar het wel doet.

Want het stigma dat we zo graag willen vermijden blijkt alom aanwezig. Er wordt veel over eenzaamheid gepraat. Over de lege uurtjes die gevuld moeten worden. Over alle problemen die bij oud worden komen kijken. Over “de mensen die we nu nog niet bereiken”. En over “ouderen”, toch wel.

Tegelijkertijd wordt de wens tot contact in het klein geoefend. Verschillende generaties komen met elkaar in gesprek. De senioren die aanwezig zijn geven aan dat ze hun kennis en ervaring heel graag willen inzetten voor leeftijdsgenoten die dat nodig hebben.

“Om meer mensen te bereiken moet er nog veel gebeuren,” zegt Loek van Steenbergen van Stichting Actieve Senioren, “hoe kunnen we vriendschappen organiseren?” Hoe vermijd je dat activiteiten slechts opvulling van tijd worden?  Hoe zorg je ervoor dat contact waarde krijgt? Wilma van der Aalst van Farent concludeert, “Activiteiten lossen de eenzaamheid niet op, dat ligt in de zingeving.”

Het gesprek maakt zichtbaar dat de activiteit een katalysator kan zijn voor zinvolle connecties. Er is contact ontstaan en zaadjes voor vriendschappen zijn geplant. Wat mij betreft in ieder geval. Het doet me deugd om te zien dat de oproep om gegevens achter te laten vol enthousiasme wordt beantwoord. De A4’tjes worden volgeschreven met e-mailadressen. De fundering van de beweging is verder versterkt. Hier gaan we meer van horen!

Beeld: Mike Harris.

Ergens anders

Regie uit handen geven
‘Iedereen heeft een heel leven achter zich, met kinderen, werk, pijnlijke en gelukkige dingen,’ vertelt Malou. ‘En dan komt opeens het moment dat je hier in het verzorgingshuis zit. Je krijgt een slabbetje om bij het eten. Je kan niet meer goed lopen. Mensen hier zijn het leven aan het loslaten.’ Het is een confronterend contrast met haar eigen leven: ‘Ik kom en ga weer weg. Maar als je hier eenmaal woont, dan geef je die regie uit handen. Dan ben je afhankelijk van verplegers, verzorgers en een kok. Dat is niet altijd erg. Ik was laatst bij een klassieke-muziek-luistermiddag. Mensen genieten daar intens van.’ Maar Malou wijst ook achter zich. ‘Daar zit een vrouw alleen. Net zat de tafel vol, maar iedereen is weg want het koffieuurtje is voorbij. Deze vrouw blijft altijd zo achter, omdat ze vanwege haar rolstoel moet wachten tot ze wordt opgehaald. Ze kan het niet zelf.’

Urgentie
Hoe in deze context als kunstenaar aan de slag te gaan? ‘Ik wil eerst laten weten dat ik hier ben. Veel mensen komen hier samen in het atrium, maar sommige mensen blijven ook alleen op hun eigen kamer. Daarom heb ik iets gemaakt waarmee ik rond kan rijden.’ Tegen een grote niervormige plantenbak staat een geschakeld bouwsel van een oude rolstoel, een rollator en een postoel zonder po. Over een liggend rolstoelwiel hangt een gehaakt kleedje. ‘Mensen vragen: “Is dat nou kunst?” Het is een ding om contact te maken. En dat gebeurt. Mensen kennen me nu wel. Maar als ik terugkijk op mijn eerste dagen hier ben ik er eigenlijk best wel van in de war. Wat kan ik hier toevoegen? Wat is zinvol om te doen? Hoe vorm ik die verwarring om tot artistieke kwaliteit? Maar de urgentie is me wel duidelijk: hoe is er meer mogelijk als er door de beperkende werking van ouderdom steeds minder kan?’

Na 10 december zal Malou van Doormaal voorstellen presenteren aan bewoners en personeel van De Taling en aan geïnteresseerden. ‘Dan kan het ook eens ergens anders over gaan’ is een project van de Academie voor Beeldvorming in samenwerking met ouderenzorgorganisatie Van Neynsel en het Buurtcultuurfonds.